Seine-Schelde : een belangrijk waterproject voor het volgende decennium
Persmededeling van de Vlaamse Regering
Op voorstel van Kris PEETERS, Vlaams minister van Openbare Werken, Energie, Leefmilieu en Natuur heeft de Vlaamse Regering haar goedkeuring gehecht aan het project Seine-Schelde dat een prioritair binnenvaartproject vormt binnen het Trans-Europees Netwerk. Dit alles wordt gerealiseerd tegen 2016. Specifiek voor het traject Wervik-Deinze, dat deel uitmaakt van het Seine-Schelde project, wordt een luik rivierherstel gekoppeld.
Intussen heeft de minister zowel in 2005 als in 2006 telkens 4 miljoen euro voorzien voor het verder afwerken van de tweede sluis te Evergem. Deze tweede sluis is dan ook groter, waardoor ze ook geschikt is voor schepen klasse Vb en past perfect in het nog te realiseren project Seine - Schelde. Studies hebben aangetoond dat de uitbouw van de binnenvaartverbinding Seine-Schelde voor Vlaanderen een belangrijke investering is. De 1.100 km bevaarbare waterlopen van Vlaanderen vormen immers een draaischijf voor de binnenvaart in Europa.
De internationale binnenvaartverbinding tussen het Scheldebekken en het Seinebekken, kortweg de binnenvaartverbinding Seine-Schelde, is daarom opgenomen in het Trans-Europees Netwerk (TEN) voor goederenverkeer. Dit netwerk wordt beschouwd als een van de stuwende krachten voor het bewerkstelligen van groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid in de gehele Europese Unie en is opgenomen binnen de lijst van de dertig prioritaire projecten aangeduid door het Europese Parlement en de Europese Raad.
Binnen de Seine-Schelde verbinding zijn twee prioritaire secties gedefinieerd: Compiègne-Cambrai en Deûlémont-Gent.
In Noord-Frankrijk zal een nieuw kanaal aangelegd worden tussen Compiègne op de Oise en Cambrai op de Schelde. Via het kanaal van Duinkerke naar de Schelde en de aftakking hiervan naar de Deûle, een zijrivier van de Leie, zal het nieuwe kanaal van Seine naar Schelde ter hoogte van Deûlémont aansluiten op de Grensleie. Tussen Deûlémont en Gent wordt de bevaarbaarheid van de bestaande vaarweg verbeterd. Die vaarweg omvat op Vlaamse bodem het traject van de Leie vanaf de Franse grens tot Deinze, het Afleidingskanaal van de Leie tot aan de kruising met het kanaal Gent-Oostende, dat op zijn beurt toegang geeft tot het Noordervak van de Ringvaart om Gent en via het kanaal Gent-Terneuzen aantakt op de Schelde.
Vlaanderen stimuleert de binnenscheepvaart als volwaardig
alternatief voor het vervoer van goederen op de weg, de zogenaamde
modal shift. Daar waar momenteel schepen van 1350 tot 2000 ton
toegelaten zijn, zal het in de toekomst mogelijk zijn om het traject
van Deûlémont tot Terneuzen af te leggen met schepen tot 4500 ton. Om
dit te verwezenlijken wordt een homogene waterdiepte van 4,50 m
vooropgesteld.
Tevens moet plaatselijk de breedte van de vaarweg
aangepast worden ter hoogte van bochten en moeten sluizen worden
aangepast om de grotere schepen doorgang te verlenen. Met het oog op de
containervaart worden tevens enkele bruggen verhoogd zodat drielagige
stapeling van containers mogelijk wordt. Op geregelde afstanden worden
passeerstroken voorzien om kruising van grote schepen mogelijk te
maken. Dit alles wordt gerealiseerd tegen 2016.
Specifiek voor het traject Wervik-Deinze wordt aan het Vlaamse
gedeelte een projectluik rivierherstel gekoppeld. In dit luik wordt een
geïntegreerde visie voor de Leie en haar directe omgeving uitgewerkt.
Daarbij staat het herstel van het multifunctionele karakter van de
rivier centraal. De voorbije decennia lag de nadruk immers sterk op de
scheepvaart- en waterbeheersingsfunctie, waardoor andere functies zoals
recreatie, natuur en landschap, in de verdrukking kwamen. Voor het
rivierherstel Leie is daarom een visie opgebouwd vertrekkende van de
gekanaliseerde Leie als harde ruggengraat en de (veelal afgesneden)
Leiemeanders als zachte ruggengraat.
Voor de harde ruggengraat primeert de economische functie, namelijk de binnenvaart, maar wordt toch zoveel mogelijk aandacht geschonken aan de overige 'zachte' functies, door bijvoorbeeld het voorzien van natuurvriendelijke oevers en aandacht te schenken aan landschappelijke aspecten voor recreanten, bewoners en binnenschippers. Op de zachte ruggengraat ligt de prioriteit van de functies omgekeerd: ecologie, recreatie, landschap en erfgoed primeren boven de economische functies. De zachte ruggengraat is daarom in hoofdzaak de drager van het rivierherstel, een projectluik dat concrete maatregelen voor ogen heeft zoals het voorzien van luwe oeverzones als paaiplaats voor vissen of broedplaats voor vogels, het ontwikkelen en uitbreiden van natuurgebieden, het opwaarderen van de recreatiemogelijkheden langs de Leie en het instandhouden en beschermen van het historische landschap en bijhorende erfgoed.
Intussen heeft minister Peeters in 2005 en 2006 telkens vier
miljoen euro voorzien voor het verder afwerken van de tweede sluis van
Evergem. De huidige sluis van Evergem is gelegen in het Noordervak van
de Ringvaart en ligt dus in het traject Deûlémont - Gent van de
verbinding Seine - Schelde. Deze sluis is slechts geschikt voor schepen
klasse Va en heeft nagenoeg haar maximale capaciteit bereikt. Daarom
werd beslist tot het bouwen van een tweede sluis die volop in
uitvoering is. Deze tweede sluis is groter, waardoor ze geschikt is
voor schepen klasse Vb en past perfect in het nog te realiseren project
Seine - Schelde.
Mots clés : presse, nl, infrastructure, business
Articles portant sur des thèmes similaires :
- UNE FUTURE CARRIÈRE SUR LE SITE DE LA RIVE GAUCHE À ANTOING - 16/09/08
- Ca avance pour le canal - 28/08/08
- Port de Liège - 15/07/08
- Groen! épingle le port d'Anvers - 25/08/08
- Vidéo d'actualité fluviale - 14/07/08
Traduction fr
Seine-Escaut : un projet d'eau important pour la décennie prochaine
Communication de presse du Gouvernement flamand
Vendredi 16 juin 2006
Sur la proposition de Kris PEETERS, ministre flamand des travaux publics, de l'énergie, de l'environnement et de la nature, le Gouvernement flamand a approuvé le projet Seine-Escaut, de navigation intérieure prioritaire au sein du réseau transeuropéen. Tout ceci sera réalisé pour 2016. Pour le trajet Wervik-Deinze qui fait partie du projet Seine-Escaut, un volet réaménagement de rivière est lié.
Entre-temps, le ministre a prévu 4 millions euros aussi bien en 2005 qu'en 2006 pour terminer la deuxième écluse d’ Evergem. Cette deuxième écluse est donc plus grande et par conséquence prévue pour les navires classe Vb et ainsi conforme encore au projet Seine - Escaut à réaliser. Les études ont montré que le développement de la liaison de navigation intérieure Seine-Escaut est un investissement important pour la Flandre. Les 1.100 Km de voies navigables de la Flandre forment en effet une plaque tournante pour la navigation intérieure en Europe.
La liaison de navigation intérieure internationale entre le bassin de l’Escaut et le bassin de la Seine, en bref la liaison de navigation intérieure Seine-Escaut, a été reprise, pour cette raison, dans le réseau transeuropéen (TEN) du transport de marchandises. Ce réseau est considéré comme un élément moteur à la croissance, la compétitivité et l'emploi dans l'Union européenne entière et a été repris au sein de la liste des trente projets prioritaires indiqués par le Parlement Européen et le Conseil Européen.
Au sein de la liaison Seine-Escaut, deux sections prioritaires ont été déterminées : Compiègne-Cambrai et Deûlémont-Gent.
Dans le Nord de la France, un nouveau canal sera creusé entre Compiègne sur le Oise et Cambrai sur l'Escaut. Via le canal de Duinkerke vers l'Escaut et la dérivation vers la Deûle, un affluent de la Lys, le nouveau canal de la Seine se raccordera à l'Escaut à hauteur de Deûlémont sur la Lys frontalière. Entre Deûlémont et Gand la navigabilité de la voie existante sera améliorée. Cette voie navigable comprend le trajet de la Lys sur le sol flamand à partir de la frontière française jusqu'à Deinze, le canal de dérivation de la Lys jusqu'au croisement avec le canal Gand-Ostende qui donne accès à la branche du Ring canal de Gand et via le canal Gand-Terneuzen se rattache à l'Escaut.
La Flandre stimule la navigation intérieure comme alternative valable au transport routier de marchandises, le susnommé modal shift. Là où actuellement des bateaux de 1350 à 2000 tonnes sont admis, à l'avenir il sera possible d'effectuer le trajet de Deûlémont Terneuzen avec des navires de 4500 tonnes. La réalisation de ce projet, nécessitera une profondeur d'eau homogène de 4,50 m. Aussi la largeur de la voie navigable dans les courbes devra localement être adaptée ainsi que les écluses pour permettre le passage a de plus grands bateaux. Pour le transport de containers, quelques ponts également seront surélevés pour permettre le passage aux porte-containers à 3 étages. A distance régulière, des bandes de passage seront prévues pour permettre de croiser les grands tonnages. Réalisation prévue pour 2016.
Spécifiquement pour le trajet Wervik-Deinze sera lié, à la partie flamande, un volet de projet de réaménagement fluvial. Dans ce volet, une vision intégrée de la Lys et son environnement sera développée. L’accent est mis sur le rétablissement du caractère multifonctionnel de la rivière. En effet, les décennies passées, les efforts étaient axés sur la navigation - et la fonction de maîtrise ont dominé d'autres fonctions comme les loisirs, la nature et le paysage.Le réaménagement de la Lys a incité de voir sa canalisation comme épine dorsale rigide et ses méandres (en grande partie disparus) comme épine dorsale souple.
Pour l'épine dorsale rigide, la fonction économique, à savoir la navigation intérieure, prime mais une attention sera offerte aux autres fonctions ' douces ', par exemple en prévoyant des rives naturelles et de prêter attention à l’aspect du paysage pour les personnes pratiquant des activités récréatives, pour les habitants et les bateliers. Pour l'épine dorsale douce, la priorité des fonctions se trouve inversée : écologie, loisirs, paysage et patrimoine priment sur les fonctions économiques. L'épine dorsale douce est principalement, pour cette raison le soutien du réaménagement fluvial, un volet du projet qui a comme but principal des mesures concrètes telles que créer des abris de frayères pour les poissons ou des endroits de couvée pour les oiseaux, développer et agrandir les zones naturelles, revaloriser les possibilités de loisirs le long du la Lys et maintenir et protéger le paysage historique et son héritage connexe.
Entre-temps, le ministre Peeters a en 2005 et 2006 prévus 4 millions d’euros pour terminer la deuxième écluse de Evergem. L'écluse actuelle de Evergem est située dans la branche Nord du Ring canal et se trouve donc dans le trajet Deûlémont - Gand de la liaison Seine - Escaut. Cette écluse est prévue uniquement pour les bateaux de la classe Va et a atteint à peu près sa capacité maximale. C’est pour cette raison qu’il a été décidé la construction d'une deuxième écluse qui est en cours d'exécution. Plus grande, cette deuxième écluse est adaptée aux bateaux de classe Vb et est parfaitement conforme au projet encore réaliser Seine - Escaut.
Merci à M. Pierre Lemoine pour la traduction...
BaB | Le Lundi 19/06/2006 à 17:51 |